Info algemeen


De Merseberch is sinds januari 2017 bezig met het ontwikkelen van een nieuw onderwijsconcept.

Het nieuwe onderwijsconcept is gebaseerd op actuele inzichten over leren en op inzichten wat kinderen nodig hebben om volwaardig deel te kunnen nemen aan een complexe en snel veranderende maatschappij.


Wat gaan we doen?


Missie: Wij willen elk kind een duurzame basis meegeven voor het leven


Kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Zij leren door samen te spelen, te ontdekken en te onderzoeken. Deze kwaliteiten worden op de Merseberch aangesproken, versterkt en verder ontwikkeld.


Op de Merseberch ontwikkelen de kinderen een basis voor hun leven. Deze basis is gebaseerd op vier pijlers:

  • Ontwikkelen van de zintuiglijke prikkelverwerking

  • Zelfstandig leren leren

  • Verwerven van basiskennis en vaardigheden

  • Verantwoordelijkheid nemen voor jezelf, elkaar en de omgeving


De vier pijlers staan niet los van elkaar. Elke dag is een mix van alle pijlers zodat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen.


Wat houden de pijlers in?


Ontwikkelen van de zintuiglijke prikkelverwerking

Onze zintuigen zorgen voor het verwerken van interne en externe prikkels. Vijf zintuigen verwerken informatie van buitenaf: tast, horen, zien, ruiken en proeven.

Er zijn twee zogenaamde interne zintuigen: evenwicht en bewegingsgevoel. Ook tast is voor een deel een intern zintuig. Met de interne zintuigen bouwen we een lichaamsgevoel op.

Een goed lichaamsgevoel is een natuurlijke filter voor externe prikkels en daarmee belangrijk om te komen tot leren.


Wanneer de zintuiglijke prikkelverwerking niet in balans is, komen kinderen moeilijker tot leren. Kinderen kunnen:

  • onderprikkelt zijn en daardoor niet op gang komen

  • overprikkelt zijn en daardoor afgeleid worden

  • behoefte hebben aan prikkels, de zogenaamde prikkelzoekens en daardoor niet leren


Het is belangrijk om de zintuiglijke prikkelverwerking bij kinderen te onderhouden en/of te ontwikkelen. Binnen de Merseberch krijgt het een plek binnen het onderwijsaanbod. Ook wordt er rekening mee gehouden in de vormgeving van de leeromgeving met de mate waarin kinderen in staat zijn prikkels te verwerken en tot leren te komen. In bijlage 1 is een nadere onderbouwing van het belang van zintuiglijke prikkelverwerking te lezen.


Zelfstandig leren leren

Het is belangrijk dat kinderen kennismaken met de verschillende leerstrategieën zodat ze bewuste keuzes kunnen maken als ze aan het spelen, ontdekken en aan het onderzoeken zijn.

Om te leren leren is continue reflectie onder begeleiding van de leerkracht belangrijk. Effectief leren leren vraagt namelijk om goede zelfkennis. Belangrijke vragen zijn: wat heb ik geleerd, hoe heb ik geleerd, wat voelde ik, was dit handig, kan dit slimmer, wat kan ik leren van anderen, welke talenten en kwaliteiten heb ik ingezet etc.


Binnen ons onderwijs krijgt leren leren een belangrijke plaats door:

  • modelling van de leraar

  • continu feedback op leerproces

  • het bevorderen van samen leren

  • evaluatie en reflectie op het leren en de eigen talenten

  • het letterlijk oefenen van de verschillende leerstrategieën.


Verwerven van basiskennis en vaardigheden

Om te kunnen leren heb je kennis en vaardigheden nodig. Kennis is tegenwoordig overal aanwezig en alles is op te zoeken.  Basiskennis en vaardigheden zijn echter noodzakelijk om zelfstandig en onafhankelijk te functioneren. Het is ook belangrijk voor het zelfvertrouwen van mensen. Kinderen moeten goed kunnen lezen, schrijven en rekenen. Ook hebben zij basiskennis nodig van de wereld en de samenleving waarin we met elkaar leven. Binnen de Merseberch werken we met een achttal kernconcepten. Per jaar wordt er door de gehele school aan vier kernconcepten gewerkt. Kinderen werken gedurende hun basisschool vier keer aan hetzelfde kernconcept. De kernconcepten zijn:

  1. Macht en regels

  2. Tijd en ruimte

  3. Groei en leven

  4. Energie

  5. Binding

  6. Evenwicht en kringloop

  7. Communicatie

  8. Materie

Verantwoordelijkheid kunnen nemen voor jezelf, ander en omgeving

Kinderen groeien op in een complexe samenleving. Een samenleving waar iedereen verantwoordelijk is voor zichzelf maar voor de maatschappij. Het is belangrijk dat kinderen hier al op jonge leeftijd mee in aanraking komen. Op de Merseberch ontdekt ieder kind wat zijn talenten zijn en hoe hij deze talenten in kan zetten en wat doet dat met mijn omgeving.

  • Wat is het effect van mijn gedrag op mezelf, anderen en de omgeving?

  • Welke talenten en welke kwaliteiten kan ik inzetten voor mezelf, voor anderen en de omgeving?


Hoe werken we?

Komend schooljaar (21 augustus 2017) gaan we merken met drie basisgroepen in drie units. Elk kind maakt deel uit van een unit. De indeling van een unit wordt elk jaar bepaald op basis van het aantal kinderen, hun leeftijd en hun leerbehoeften. Indien zinvol wordt na de voorjaarsvakantie, in overleg met kinderen en ouders, de indeling van de units bijgesteld.

Komend jaar wordt gewerkt met:

  • basisgroep 1 t/m 4 (onderbouw) elke dag staat er een groepsleerkracht met een leerkrachtondersteuner voor de groep

  • basisgroep 5 t/m 8 (bovenbouw) drie dagen in de week staan er drie leerkrachten voor de bovenbouw en topklas

  • basisgroep topklas 4 t/m 8 (topklas) drie dagen in de week staan er drie leerkrachten voor de topklas en bovenbouw


Elke basisgroep heeft één leraar die de basisgroep begeleidt en eerste aanspreekpunt is voor kinderen en ouders. De basisgroep is een belangrijke thuisbasis voor elk kind. Binnen de basisgroep worden de bespreken we de leerdoelen, de taken van de kinderen waar ze verantwoordelijk voor zijn en de werkwijze van de dag . Ook bespreken we het groepsproces, het leerproces en hoe het gaat met elk kind. Dit gebeurt gezamenlijk, in kleine groepjes en ook individueel. De voortgang van de ontwikkeling van een kind wordt vastgelegd in een portfolio en besproken in kind-ouder-leraargesprekken.


De basisgroep komt drie keer per dag bij elkaar in de zogenaamde basiskring. Ook wordt er gezamenlijk gegeten en gedronken.


Na de basiskring gaan de kinderen aan het werk aan de hand van hun weektaak. Afhankelijk van het rooster kunnen ze terecht in bepaalde ruimten en hoeken om te werken aan hun leerdoelen. Kinderen weten wanneer ze naar de instructie moeten en wanneer ze zelf kunnen bepalen of ze willen aansluiten.

In de onderbouw wordt dit veelal voor de kinderen bepaald en gaat het om een beperkt aantal ruimtes.